Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004
Alinea 91 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1435.
2.10 In zijn arresten van 21 oktober 1983, NJ 1984, 254 en van 28 oktober 1988, NJ 1989, 83 oordeelde de Hoge Raad dat een schuldeiser - al dan niet met gebruik van de term cessie ter incasso - aan een derde de last kan geven een vordering op eigen naam te innen en dat een dergelijke last in beginsel meebrengt dat de derde ook op eigen naam in rechte kan optreden. Bij middellijke vertegenwoordiging (cessie ter incasso) waarin wordt geprocedeerd op grond van lastgeving maar op eigen naam, behoeft de lasthebber dus niet in de dagvaarding te vermelden dat hij optreedt voor de belangen van een derde(13). Wordt hij echter geconfronteerd met het verweer dat de eiser niet de ware crediteur is, dan zal hij moeten stellen en bewijzen dat hij op grond van een lastgevingsovereenkomst met de werkelijke crediteur, bevoegd is op eigen naam te incasseren(14).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/529bf45d33d25c517d9293f0c00f901d3e25455278d835ccac1d042cb97f73e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 529bf45d33d25c517d9293f0c00f901d3e25455278d835ccac1d042cb97f73e6, en de alinea staat in dat document op bytes 26404 tot 27273.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/529bf45d33d25c517d9293f0c00f901d3e25455278d835ccac1d042cb97f73e6 | shasum -a 256