Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1513.
Voor zover de raadsman hiermede heeft willen betogen dat de officier van justitie dusdoende het recht op vervolging heeft verspeeld, kan dat de veroordeelde niet baten nu een dergelijke vraag de opportuniteit van de vervolging raakt waarin het hof in beginsel niet kan treden. In casu zijn geen omstandigheden gebleken die dit anders maken. Hierbij tekent het hof nog aan dat, zo al zou moeten worden aangenomen dat te lang met ingrijpen is gewacht, dat niet wegneemt dat de veroordeelde al die tijd door zijn eigen handelen wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. Dat hij dat voordeel niet zou hebben gerealiseerd als de politie eerder zou zijn opgetreden, kan bezwaarlijk een reden zijn om hem het voordeel dat hij wederrechtelijk heeft gerealiseerd, te laten behouden. Voor zover de raadsman heeft beoogd een beroep te doen op artikel 126ff van het Wetboek van Strafvordering kan dat de veroordeelde ook niet baten. Allereerst niet omdat de betrekkelijke bepaling, blijkens de wetsgeschiedenis, niet ten behoeve van veroordeelde is geschreven en ten tweede niet om reden als vermeld bij 6.1. Dit brengt mee dat het hof het beroep verwerpt."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0880e2a7b49dd3d795d40c3eb857d559452d40a678e902de4895001d9ed37855. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0880e2a7b49dd3d795d40c3eb857d559452d40a678e902de4895001d9ed37855, en de alinea staat in dat document op bytes 9841 tot 10999.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0880e2a7b49dd3d795d40c3eb857d559452d40a678e902de4895001d9ed37855 | shasum -a 256