Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1668.

3.5 Hoewel de Dgw strikt genomen niet de bevoegdheid tot toepassing van diergeneesmiddelen regelt, maar (slechts) die tot aflevering ervan, blijkt uit de hierboven geciteerde Memorie van Toelichting dat het de bedoeling van de wetgever is dat de krachtens artikel 30 lid 4 aangewezen geneesmiddelen uitsluitend door de dierenarts mogen worden toegepast. De onwenselijkheid van toepassing van die geneesmiddelen door anderen dan de dierenarts volgt daarnaast ook nog uit de wettekst zelf. Het gaat daar om geneesmiddelen die bij toepassing door anderen dan dierenartsen gevaar op kunnen leveren voor de gezondheid van mens en dier. Zo bezien was er anders dan middel III betoogt wel degelijk een (kenbare) discrepantie tussen de uit de Dgw blijkende bedoeling van de wetgever en artikel 9 sub b van het oude Besluit paraveterinairen. Dat besluit bood ook aan dierenartsassistenten de bevoegdheid om, op aanwijzing en onder controle van een dierenarts, de desbetreffende geneesmiddelen toe te dienen. M.i. mag de wetgever in het algemeen aan een dergelijke discrepantie in de regelgeving een eind maken door wijzigingen aan te brengen in de desbetreffende regelgeving.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ddd3e97c3e689fc200888267d1faf8fbb869780739a193dafca8a468d3ee06a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ddd3e97c3e689fc200888267d1faf8fbb869780739a193dafca8a468d3ee06a, en de alinea staat in dat document op bytes 20279 tot 21459.