Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1668.

3.6 Vervolgens wordt van de zijde van NVDC c.s. betoogd dat de wetgever de hier bedoelde discrepantie in dit specifieke geval niet mag opheffen, althans niet mag opheffen op de wijze waarop dit is gebeurd, omdat het de bedoeling van de wetgever is dat de Dgw de Wud 1990 volgt en daarmee de Wud 1990 voorrang heeft op de Dgw. Dit standpunt komt erop neer dat als de Wud 1990 aan bepaalde personen bevoegdheden toekent deze personen ook gerechtigd dienen te zijn tot verkrijgen van de geneesmiddelen die met die bevoegdheden kunnen worden toegepast. M.i. heeft de wetgever, wanneer men de hierboven onder 3.4. en 3.5 weergegeven wetsgeschiedenis in aanmerking neemt, door in het Wijzigingsbesluit te verwijzen naar artikel 30, lid 4 Dgw een geoorloofde verbinding en daarmee een afstemming tot stand gebracht tussen de Wud 1990 en de Dgw. De hierdoor bereikte onderlinge afstemming van de Wud 1990 en de Dgw is in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever, zoals deze in 1982/1983 naar voren is gekomen. Dit alles heeft het hof op een begrijpelijke wijze uiteengezet in met name rov. 5.2. van zijn bestreden arrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ddd3e97c3e689fc200888267d1faf8fbb869780739a193dafca8a468d3ee06a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ddd3e97c3e689fc200888267d1faf8fbb869780739a193dafca8a468d3ee06a, en de alinea staat in dat document op bytes 21479 tot 22613.