Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1668.

3.8 In de parlementaire geschiedenis wordt de bijzondere positie van dierenartsen benadrukt. Niet voor niets hebben zowel de Wud 1990 als haar voorloper de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunst (zitting 1952-1953, 3083) als uitgangspunt dat diergeneeskundige handelingen in beginsel uitsluitend door of onder de verantwoordelijkheid van een dierenarts behoren te worden verricht(4). Slechts een dierenarts wordt, gezien zijn opleiding en wetenschappelijke kennis, in staat geacht op verantwoorde wijze de diergeneeskunde uit te oefenen.(5) De Memorie van Toelichting bij de Wud 1990 bevat ten aanzien van dierverloskundigen bijvoorbeeld de volgende passage:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6ddd3e97c3e689fc200888267d1faf8fbb869780739a193dafca8a468d3ee06a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6ddd3e97c3e689fc200888267d1faf8fbb869780739a193dafca8a468d3ee06a, en de alinea staat in dat document op bytes 23804 tot 24481.