Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1873.
25 Ik wil er geen geheim van maken dat ik niet weet wat met de uitdrukking "print-screens" bedoeld wordt. Ik meen dat dat ook niet nader uit het dossier blijkt. In alinea 4 van het cassatierekest wordt intussen een stelling van [verweerder] c.s. geciteerd die suggereert dat het om meer dan 100 pagina's gaat, met gegevens die voor leken niet aanstonds begrijpelijk zijn. Ook zonder precies te weten wat met "print-screens" bedoeld wordt kan men dan als begrijpelijk beoordelen dat de rechter die een verzoek op de voet van art. 7:685 BW (en tegelijkertijd een conventioneel en een reconventioneel verzoek om toekenning van voorlopige voorzieningen) moet beoordelen, het inbrengen van een dergelijk volume aan stukken op de voorhand als discutabel "inschat". Al daarom verbaast het niet dat de rechter in eerste aanleg beperkingen ten aanzien van het onderzoek van dit gegeven in acht heeft genomen en dat het hof de wijze waarop de eerste rechter dat heeft gedaan als aanvaardbaar heeft beoordeeld. Rechtens onjuist of onbegrijpelijk is dat, anders dan het middel bij herhaling poneert, bepaald niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb, en de alinea staat in dat document op bytes 47692 tot 48807.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb | shasum -a 256