Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1873.

13) Dat brengt mij ertoe de onderhavige regel zo uit te leggen dat de rechter naar eigen inzicht moet beoordelen hoe hij te werk zal gaan wanneer de "aanleggende" partij geen dossier, of een incompleet dossier overlegt. De rechter kan dan besluiten om de aanlegger, de wederpartij (die daar immers een relevant belang bij kan hebben), of beide in de gelegenheid te stellen, de ontbrekende stukken alsnog over te leggen; maar hij kan er ook toe besluiten dat niet te doen, en te oordelen op basis van wat hem is overgelegd. Wanneer datgene wat is overgelegd onvoldoende houvast oplevert om te beoordelen of men in het voorgelegde verlangen ontvankelijk is dan wel of dat gegrond is, kan dat ertoe leiden dat er om die reden niet-ontvankelijk verklaring dan wel afwijzing volgt(13). Is daarentegen (door de aanlegger of door een andere partij) een dossier overgelegd dat inhoudelijke beoordeling van de gehele conflictstof of van een relevant deel daarvan mogelijk maakt en blijkt dat daarop door tenminste één van de betrokkenen prijs wordt gesteld, dan kan het aangewezen zijn dat de rechter die beoordeling verricht, en dienovereenkomstig uitspraak doet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb, en de alinea staat in dat document op bytes 14181 tot 15351.