Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1873.
17) Overigens geldt voor de procesgang waarin art. 7:685 BW moet worden toegepast, dat de rechter niet aan de "gewone" regels met betrekking tot bewijs is gebonden(21) en dat de rechter (dus) kan oordelen dat de procedure zich niet leent voor (getuigen)bewijs of voor deskundigenonderzoek(22). Ik vermeld beide gegevens, mede omdat het middel in een aantal varianten klaagt over miskenning van regels van bewijsrecht. Die regels zijn dus - nog daargelaten in hoeverre miskenning daarvan kan gelden als schending van "fundamentele rechtsbeginselen" in de betekenis die daaraan in de hoger aangehaalde rechtspraak van de Hoge Raad wordt toegekend - naar "gewoon" intern Nederlands procesrecht, in de hier te beoordelen procedure niet onverkort toepasselijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb, en de alinea staat in dat document op bytes 18287 tot 19055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb | shasum -a 256