Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1873.
19) In het kader van een dergelijke procesgang laat zich heel goed denken dat complexe en gedetailleerde feitelijkheden waarop partijen zich beroepen, door de rechter beoordeeld (moeten) worden als niet vatbaar voor opheldering binnen die context; met als gevolg dat de betreffende feitelijkheden als niet-vaststaand (moeten) worden aangemerkt. Dat is nu eenmaal inherent aan een summiere procesgang met navenant beperkte ruimte voor onderzoek en instructie. Zoals hierna zal blijken wordt dat in het cassatiemiddel herhaaldelijk uit het oog verloren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb, en de alinea staat in dat document op bytes 19570 tot 20135.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb | shasum -a 256