Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1873.
35) In alinea 19 wordt geklaagd over rov. 3.1, waarin het hof weigert in te gaan op faxen die partijen ná de mondelinge behandeling (en dus na sluiting van het debat) aan het hof hebben gezonden. Dat het hof deze stukken terzijde heeft gelegd is klaarblijkelijk juist (en dus allicht niet onbegrijpelijk): aanvoeren van nadere argumenten in dit late stadium is onder vrijwel alle denkbare omstandigheden onverenigbaar met de goede procesorde(28). De argumenten die het middel hiertegen in stelling brengt zijn dus ongegrond, en ik acht het geoorloofd die argumenten verder onbesproken te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb, en de alinea staat in dat document op bytes 34013 tot 34621.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb | shasum -a 256