Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Alinea 86 Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1873.

39) Ik meen dat de door het hof gevolgde gedachtegang valt in de categorie: "geen speld tussen te krijgen". In de zaak met nr. 2002/382 (het appel van de ontbindingsbeschikkingen) golden de "gewone" regels van bewijsrecht niet, en bestond er dus geen verplichting om partijen toe te laten tot getuigenverhoor, zie alinea 17 hiervóór. In die zaak kon de (appel)rechter dus beslissen dat getuigenverhoor niet opportuun was; en die mogelijkheid heeft het hof inderdaad benut, en vervolgens de zaak definitief afgedaan. Dat zo zijnde, ontvalt aan het verzoek om voorlopig getuigenverhoor inderdaad de grond: wat daar te berde zou komen kan niet meer tot de beslissing van de zaak bijdragen. (Al) daarop stuiten de klachten die het middel hier formuleert alle af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb44d8e7f3828c8290de59f8b548edb6bc173e1f7c0114b91af396f71b502fcb, en de alinea staat in dat document op bytes 36218 tot 36992.