Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2047.

- Op de terechtzittingen in eerste aanleg van 26 maart 2001, 4 en 9 april 2001 is verdachte telkens verschenen; op de terechtzitting van 9 april 2001 is het onderzoek onderbroken tot de terechtzitting van 2 mei 2001 en is verdachte aangezegd om op laatstgenoemde terechtzitting te verschijnen. Verdachte is echter op die terechtzitting niet verschenen. Gesteld noch () gebleken [is] dat verdachte niet ter terechtzitting kon verschijnen en wel van zijn aanwezigheidsrecht gebruik wilde maken. Gelet op zijn heden ter terechtzitting afgelegde verklaring dat hij dacht dat deze zaak met een sisser zou aflopen en dat hij zijn werk belangrijker vond, heeft verdachte kennelijk een belangenafweging gemaakt, waardoor de voor hem openstaande mogelijkheid het procesverloop te volgen door middel van effectuering van zijn aanwezigheidsrecht, klaarblijkelijk niet door hem is benut. Het feit dat de verdachte na 9 april 2001 niet meer op de terechtzittingen van de rechtbank is verschenen en dus geen gebruik heeft gemaakt van het recht het laatst te spreken komt daarom geheel voor zijn rekening, te meer omdat de aan artikel 319 van het Wetboek van Strafvordering te ontlenen verplichting tot oproeping van de verdachte niet behoefde te worden nageleefd, omdat in casu het onderzoek ter terechtzitting niet werd geschorst, doch werd onderbroken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/066f7fcdf824d1551e9e917a8325c448c1a4f249365289a4f25662a1e4a2cacb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 066f7fcdf824d1551e9e917a8325c448c1a4f249365289a4f25662a1e4a2cacb, en de alinea staat in dat document op bytes 8417 tot 9771.