Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2047.

12. Het hierboven opgeworpen punt dat de plaatsvervangende raadsman niet zou zijn gemachtigd de verdediging te voeren kan ik in het proces-verbaal van de zitting op 5 juni 2001 niet terugvinden. Nu zegt dat niet alles, omdat dit proces-verbaal ook vermeldt dat een wijziging van een gewaarmerkt afschrift van de wijziging aan verdachte is verstrekt (p. 11) - een kennelijke misslag -, maar uit de gerelateerde gedachtewisseling maak ik op dat de raadsman meer heeft gedaan dan zich over de afwezigheid van verzoeker uitgelaten. Kennelijk heeft de rechtbank stilzwijgend een uitdrukkelijke machtiging aangenomen. Overigens blijft de procedure op tegenspraak, ook indien de verschenen plaatsvervangende raadsman niet gemachtigd zou zijn (HR 9 december 2003, NJ 2004, 167, m.nt. Sch).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/066f7fcdf824d1551e9e917a8325c448c1a4f249365289a4f25662a1e4a2cacb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 066f7fcdf824d1551e9e917a8325c448c1a4f249365289a4f25662a1e4a2cacb, en de alinea staat in dat document op bytes 14403 tot 15197.