Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2052.

11. Aangezien niet is komen vast te staan op welk moment verzoeker zich tot de inrichtingsfunctionaris heeft gewend voor diens bijstand bij het opmaken van de appèlakte zal onderzoek daarnaar alsnog dienen plaats te vinden. Het middel mist feitelijk grondslag voor zover het uitgaat van niet vastgestelde feiten, maar is gegrond voor zover het klaagt over de gang van zaken, waaraan ik de ambtshalve overweging toevoeg dat het hof de beweerde gang van zaken niet in het midden mocht laten op straffe van blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1be96e052d9d25c4431bfd4cee25aed9a4ac13f10b293c46514915158574c6cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1be96e052d9d25c4431bfd4cee25aed9a4ac13f10b293c46514915158574c6cd, en de alinea staat in dat document op bytes 8408 tot 8974.