Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2124.

De drugs die ik bij mij had heb ik van [betrokkene 1] gekregen en die moest ik aan iemand afgeven tezamen met het geld op Bonaire. Deze persoon zou mij herkennen aan mijn kleding. Ik zou aan deze persoon het geld en de drugs afgeven. [Betrokkene 1] heeft tegen mij gezegd dat, wanneer ze mij zouden pakken, ik niet mocht zeggen van wie het geld was. Ik weet dat ik iets verbodens deed."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c173f523a2706017b0a9d39b8600b26525bfc1326b9a0fef758385b5ba12afab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c173f523a2706017b0a9d39b8600b26525bfc1326b9a0fef758385b5ba12afab, en de alinea staat in dat document op bytes 8696 tot 9095.