Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2124.

9. De stelling van het middel is dat de bewijsvoering van het Hof erop neerkomt dat verdachte wordt veroordeeld omdat het geld kennelijk van misdrijf afkomstig zou zijn en dat dit onvoldoende is. Van een dergelijke verlichting van de bewijslast heeft de regering immers, zo blijkt uit de MvT bewust afgezien. Ten onrechte heeft het Hof op een verweer van deze strekking niet gereageerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c173f523a2706017b0a9d39b8600b26525bfc1326b9a0fef758385b5ba12afab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c173f523a2706017b0a9d39b8600b26525bfc1326b9a0fef758385b5ba12afab, en de alinea staat in dat document op bytes 11252 tot 11652.