Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2124.

10. Ik acht het middel niet gegrond. Bewezen moest worden dat het geld dat verdachte bij zich droeg van misdrijf afkomstig is. Dergelijk bewijs kan geleverd worden op een wijze zoals hiervoor is weergegeven in de MvT waarbij er een direct verband kan worden gelegd tussen vastgestelde criminele gedragingen en het aangetroffen geld, maar ook doordat de rechter in de bewijsvoering feiten en omstandigheden vaststelt die naar zijn oordeel tot de slotsom leiden dat het niet anders kan dan dat het geld van misdrijven afkomstig is. Dat laatste geval; doet zich hier voor. Het Hof heeft uit de inhoud van de bewijsmiddelen de conclusie getrokken dat het geld van misdrijf afkomstig moet zijn. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk gelet op de omstandigheid

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c173f523a2706017b0a9d39b8600b26525bfc1326b9a0fef758385b5ba12afab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c173f523a2706017b0a9d39b8600b26525bfc1326b9a0fef758385b5ba12afab, en de alinea staat in dat document op bytes 11691 tot 12455.