Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2559.

6. Ik kan de steller van het middel hier niet volgen. Uit de eerste twee bewijsmiddelen volgt dat de paal onderdeel uitmaakte van een te plaatsen hekwerk. Door de in de grond geplaatste paal uit de grond te trekken heeft verzoeker de bestemming van de paal, evenals in HR 9 oktober 1971, NJ 1972, 33, belemmerd. In zijn conclusie voor dit arrest heeft A-G Remmelink nog enige voorbeelden gegeven van gevallen waarin de Hoge Raad van onbruikbaar maken sprak, zonder dat de desbetreffende materie werd aangetast (een gezonken schip; een machine waarvan - later teruggevonden - onderdelen waren afgeschroefd). Zelfs heeft de rechtbank Leeuwarden wel eens van een onbruikbaar gemaakte straatweg gesproken doordat er - tegen luchtbanden - glasscherven overheen waren geworpen. Zie ook HR 7 december 1999, ZD1726: het (gedeeltelijk) leegspuiten van een brandblusser ontneemt aan die blusser de bestemming van veiligheidsvoorziening. Wat onbruikbaar gemaakt is kan veelal weer bruikbaar gemaakt worden. Het oordeel van het hof geeft dan ook geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2029f8a3a801787f357ba6fef11f269dc5a4585ae4d0cda1a42ef3f99e584e0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2029f8a3a801787f357ba6fef11f269dc5a4585ae4d0cda1a42ef3f99e584e0, en de alinea staat in dat document op bytes 7563 tot 8684.