Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 december 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP2651.
2.5. Uit de aan HR 14 november 1997 ontleende maatstaf vloeit voort dat wat tussen [verweerster] en Diosynth heeft te gelden wordt bepaald door hetgeen hun bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, mede in aanmerking genomen de wijze waarop zij feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven en aldus daaraan inhoud hebben gegeven. De rechtbank kon de zaak dus niet uitsluitend afdoen op basis van hetgeen zij op blz. 5-6 van het vonnis heeft vastgesteld over de wijze waarop partijen feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben gegeven: van belang is in de eerste plaats wat beide partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond. Het bewijsaanbod van Diosynth was derhalve relevant voor de te nemen beslissing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca8fc567beb6288361e85ae8ee2d8d6af80a55299643c1e7a1612838c26904dd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca8fc567beb6288361e85ae8ee2d8d6af80a55299643c1e7a1612838c26904dd, en de alinea staat in dat document op bytes 14330 tot 15092.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca8fc567beb6288361e85ae8ee2d8d6af80a55299643c1e7a1612838c26904dd | shasum -a 256