Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4134.
9. De ruimere opvatting houdt in dat de verdachte niet alleen zijn verdediging kan voeren, maar ook andere aspecten van de zaak die naar zijn inzicht van belang zijn, naar voren kan brengen. Die opvatting lijkt Van Veen te zijn toegedaan. In zijn noot onder HR 17 nov. 1981, NJ 1982, 104 schrijft hij dat hij de benadering van de Hoge Raad iets te veel in de sleutel van de verdediging vindt gezet. Art. 311, vierde lid, Sv bevat niet het werkwoord 'antwoorden' maar 'spreken'. De verdachte kan het laatste woord ook gebruiken voor het vragen van begrip of om zijn spijt te betuigen, aldus Van Veen. Remmelink deelt die opvatting en noemt een keur aan mogelijkheden die het laatste woord de verdachte biedt.(1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/620ea47061c646de5ac8dc70fcec25b7bfba605f9cad234a9418667a57684ce6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 620ea47061c646de5ac8dc70fcec25b7bfba605f9cad234a9418667a57684ce6, en de alinea staat in dat document op bytes 7406 tot 8129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/620ea47061c646de5ac8dc70fcec25b7bfba605f9cad234a9418667a57684ce6 | shasum -a 256