Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4206.
Ik erken dat op zich, in gevolge de rechtspraak van de Hoge Raad (HR 24 maart 1998, NJ 98, 535, HR 20 oktober 1998, NJ 1999, 52 en HR 5 november 2002, NJ 2002, 317) de vordering toelaatbaar zou kunnen worden geacht, nu immers sprake is van voldoende verband als door de Hoge Raad bedoeld; aan die door de Hoge Raad geformuleerde eis is op zich voldaan. Desalniettemin dient de vordering afgewezen te worden en wel op grond van het navolgende:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d215221ebec2a6522f394c62dbf40727c9b6ba451037fc05545f8767f0f02bb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d215221ebec2a6522f394c62dbf40727c9b6ba451037fc05545f8767f0f02bb8, en de alinea staat in dat document op bytes 9623 tot 10078.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d215221ebec2a6522f394c62dbf40727c9b6ba451037fc05545f8767f0f02bb8 | shasum -a 256