Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4206.
10. Van de zijde van de verdediging is niet aangevoerd en door het Hof is ook niet vastgesteld dat ten tijde van de dagvaarding in eerste aanleg het onderzoek niet alleen was voltooid maar de Officier van Justitie ook voldoende gelegenheid had gehad zich een beeld over de zaak te vormen en op basis daarvan een met de eisen van art. 261 lid 1 Sv overeenstemmende en ook overigens adequate dagvaarding uit te brengen. Zo zal ook dienen te worden afgewogen welke feiten bewijstechnisch gesproken haalbaar zijn, op welke delicten de tenlastelegging met het oog daarop wordt toegespitst, welke subsidiaire mogelijkheden dienen te worden toegevoegd en hoe de omschrijving van de feiten zal worden geformuleerd. Voorts zal onder ogen moeten worden gezien welk weerwerk van de zijde van de verdediging valt te verwachten en hoe daarop bij de keuze van de tenlastegelegde feiten en de formulering daarvan kan worden geanticipeerd. Een en ander is zeker in een zaak als de onderhavige niet zonder betekenis. Het gaat immers om een omvangrijke en ingewikkelde zaak met een groot aantal feiten die voor vervolging in aanmerking komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d215221ebec2a6522f394c62dbf40727c9b6ba451037fc05545f8767f0f02bb8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d215221ebec2a6522f394c62dbf40727c9b6ba451037fc05545f8767f0f02bb8, en de alinea staat in dat document op bytes 16484 tot 17622.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d215221ebec2a6522f394c62dbf40727c9b6ba451037fc05545f8767f0f02bb8 | shasum -a 256