Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4221.
41. Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaring van een getuige die bij het afleggen van die verklaring belang heeft, bijvoorbeeld omdat hem een toezegging is gedaan in het kader van zijn eigen strafproces, zijn met name de arresten van de Hoge Raad van 23 mei 1995, NJ 1995, 683 m.nt. Sch en 30 juni 1998, NJ 1998, 799 m.nt. Sch van belang. In het eerste arrest ging het om een verklaring die een persoon als verdachte in zijn eigen strafzaak in het buitenland in het kader van 'plea-bargaining' had afgelegd en die in een Nederlands proces als bewijsmiddel werd gebruikt. De Hoge Raad overweegt na eerst te hebben vooropgesteld dat de selectie en waardering van het bewijs aan de feitenrechter is en dat zo'n verklaring niet per definitie van het bewijs behoeft te worden uitgesloten, dat de rechter bij uitdrukkelijke betwisting van de betrouwbaarheid - in aanmerking genomen dat onder omstandigheden de betrouwbaarheid van zodanige verklaringen nadelig kan worden beïnvloed door datgene waartoe de betrokkene zich verplicht voelt of door wat hij in zijn belang acht gelet op de door hem met betrokken autoriteiten gemaakte afspraken - blijk moet geven van een onderzoek dienaangaande. Daarnaast stelt de Hoge Raad de voorwaarde dat een dergelijke verklaring in beginsel slechts voor het bewijs mag worden gebezigd als de verdediging op enig moment gedurende het strafproces in de gelegenheid is geweest degene die de verklaring heeft afgelegd vragen te stellen of te doen stellen. Vrijwel gelijke eisen zijn door de Hoge Raad in NJ 1998, 799 gesteld aan het gebruik voor het bewijs van een verklaring afgelegd door een verdachte nadat tussen hem en het Openbaar Ministerie afspraken zijn gemaakt, waarbij toezeggingen zijn gedaan met betrekking tot strafvermindering of strafrechtelijke vervolging (kroongetuige), zij het dat hier wordt toegevoegd dat in geval van betwisting in beginsel wordt geëist dat de rechter de getuige ondervraagt. Bij betwisting van de betrouwbaarheid geldt in degelijke gevallen dus een motiveringsverplichting voor het gebruik als bewijsmiddel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46a52d70ef93632e579d9f3dc0de6717f19e74d86ba5d19eb69e002b2451aa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46a52d70ef93632e579d9f3dc0de6717f19e74d86ba5d19eb69e002b2451aa5, en de alinea staat in dat document op bytes 44025 tot 46125.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e46a52d70ef93632e579d9f3dc0de6717f19e74d86ba5d19eb69e002b2451aa5 | shasum -a 256