Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 280 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4221.
20 Ik wijs ter zijde op HR 28 februari 2003, NJ 2003, 643, m.nt. JR, waarin wordt overwogen dat de enkele omstandigheid dat in een voorstadium van het strafgeding een verhoor onder ede in het buitenland heeft plaatsgevonden buiten aanwezigheid van de verdediging, nog niet meebrengt dat de verdachte onherstelbaar is beknot in het hem door art. 6, derde lid, aanhef en onder d, EVRM toegekende recht om die getuigen in enige latere fase van het strafgeding te ondervragen of te doen ondervragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e46a52d70ef93632e579d9f3dc0de6717f19e74d86ba5d19eb69e002b2451aa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e46a52d70ef93632e579d9f3dc0de6717f19e74d86ba5d19eb69e002b2451aa5, en de alinea staat in dat document op bytes 96024 tot 96532.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e46a52d70ef93632e579d9f3dc0de6717f19e74d86ba5d19eb69e002b2451aa5 | shasum -a 256