Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004
Alinea 20 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4229.
6. Vooropgesteld dient te worden dat schending van de redelijke termijn in de regel tot strafvermindering dient te leiden. Voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn vervolging is slechts in uitzonderlijke gevallen plaats(1). Van het instellen van hoger beroep op 4 mei 2000 tot de uitspraak in hoger beroep op 1 juli 2003 zijn bijna 38 maanden verlopen. In aanmerking genomen dit tijdsverloop en hetgeen door de verdediging in feitelijke aanleg is aangevoerd acht ik het niet onbegrijpelijk dat het Hof deze zaak niet als zo'n uitzonderlijk geval heeft aangemerkt(2). Daaraan kan niet afdoen dat het Hof niet heeft overwogen - en kennelijk is daarvan ook geen sprake - dat de zaak bijzonder complex is of dat een deel van de vertraging aan de verdediging kan worden toegerekend(3). De subklacht dat het Hof niet heeft gemotiveerd welk maatschappelijk belang dient te prevaleren mist feitelijke grondslag, nu het Hof heeft overwogen daarbij te doelen op de normhandhaving door berechting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c, en de alinea staat in dat document op bytes 9391 tot 10419.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c | shasum -a 256