Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4229.
9. Het tweede middel behelst bewijsklachten. Aangevoerd wordt dat het Hof heeft nagelaten aan te geven of het ging om een betaling die te maken had met een opeisbare schuld of een niet opeisbare schuld, dat het in het onderhavige geval om een opeisbare schuld ging en daarom uit de bewijsmiddelen zou moeten volgen dat verdachte wist dat het faillissement reeds was aangevraagd, en tenslotte dat het in art. 344 Sr genoemde "ten gevolge van overleg met de schuldenaar" aldus dient te worden verstaan dat schuldeiser en schuldenaar hebben gehandeld met het oogmerk andere schuldeisers te benadelen hetgeen echter niet uit de bewijsmiddelen valt af te leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c, en de alinea staat in dat document op bytes 10725 tot 11396.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c | shasum -a 256