Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4229.

"Uit de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt het Hof af dat verdachte op het moment dat het (lees: hij; WHV) de bewezen geachte transactie verricht[t]e, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het faillissement van [betrokkene 1] niet meer te voorkomen was. Immers,

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c, en de alinea staat in dat document op bytes 12216 tot 12551.