Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4229.
14. Hetgeen in de toelichting op het middel onder 3 - 5 naar voren wordt gebracht berust op onjuiste lezing van het bepaalde in art. 344 aanhef en onder 1º (oud) Sr. Daarin wordt er immers aan voorbijgegaan dat in geval van een betaling van een opeisbare schuld wordt vereist hetzij dat de dader weet dat het faillissement van de schuldenaar reeds was aangevraagd hetzij dat betaling van die opeisbare schuld geschiedde ten gevolge van overleg met de schuldenaar en niet steeds - zoals aan bedoelde toelichting van het middel ten grondslag ligt - dat de dader weet dat het faillissement van de schuldenaar reeds was aangevraagd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c, en de alinea staat in dat document op bytes 15616 tot 16259.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c | shasum -a 256