Citaat | Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 2 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4229.

19. Genoemd oogmerk van de schuldeiser (en de schuldenaar) kan uit de gebezigde bewijsmiddelen worden afgeleid. Verdachte, accountant, kende de grote financiële moeilijkheden waarin [betrokkene 1] verkeerde, hij wilde [betrokkene 1] wel helpen mits zijn openstaande vorderingen werden betaald waaronder een aanzienlijk bedrag als voorschot voor nog te verrichten werkzaamheden terwijl deze vorderingen werden voldaan uit de koopsom van een door verdachtes rechtspersoon aan te kopen pand waarvan het totale bedrag in overleg tussen [betrokkene 1] en verdachte werd bepaald op de som van de vorderingen van verdachtes rechtspersoon op [betrokkene 1] en een vordering die [betrokkene 1]s ex-vrouw op [betrokkene 1] had en waarvan [betrokkene 1] wenste dat deze werd voldaan. In aanmerking genomen de wijze waarop de hoogte van de koopsom is tot stand gekomen en de omstandigheid dat de hoogte en de wijze van aanwending van die koopsom meebrachten dat geen enkele andere crediteur dan verdachte en de ex-vrouw van [betrokkene 1] van de opbrengst van de verkoop van het pand voordeel hadden kan het niet anders dan dat het in het vooruitzicht van het faillissement gevoerde overleg van verdachte (en [betrokkene 1]) er op was gericht verdachte (en de ex-vrouw van [betrokkene 1]) te bevoordelen boven andere schuldeisers.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a0e9eb60deff2a745f92f6e453157fba728db7ba603fd2d12090265fb93df8c, en de alinea staat in dat document op bytes 20484 tot 21816.