Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.

De rechtbank onderbouwt die uitleg verder met de overweging dat de hiervoor geciteerde bepaling van artikel 10 bedingt dat de pensioenvoorziening ten gunste van directeur [betrokkene 1] voor 31 december 1990 bij derden moest worden ondergebracht. Daarin leest de rechtbank het vermoeden dat partijen voor ogen stond dat een dergelijke overdracht van pensioenrechten vanaf 31 december 1990 door [betrokkene 1] zelfstandig (wellicht) niet geëffectueerd kon worden en zijn rechten daarom voor die datum veiliggesteld dienden te worden. Daar komt volgens de rechtbank bij dat vaststaat dat de onderneming van Graphics vanaf 1 januari 1991 voor rekening en risico van Freriks gedreven werd. Daaruit concludeert de rechtbank dat [betrokkene 1], zo hij al formeel nog als statutair directeur had te gelden op 31 december 1990, niet de bevoegdheid had om dermate vergaande verplichtingen ten laste van Graphics aan te gaan op 31 december 1990 als die welke voortvloeien uit de hoofdelijke verbondenheid van Graphics voor vorderingen op Reproservice van in totaal (fl. 96.790,45 + fl. 108.756,-- + fl. 75.000,-- = ) fl. 280.546,45.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 13657 tot 14793.