Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.

2.9 De curator bleef in hoger beroep bij zijn verweer dat hoofdelijkheidsverklaring en verpanding vanwege de nauwe verwevenheid van de betrokken vennootschappen (namelijk Graphics en Sneldruk waren beide eigendom van [betrokkene 1]) en vanwege het vermoeden van bevoordeling van [betrokkene 1] en benadeling van de koper als een schijnhandeling moeten worden beschouwd en daarom niet rechtsgeldig zijn. Het is het hof niet duidelijk wat de curator met een schijnhandeling bedoelt; volgens Van Dale is er sprake van een schijnhandeling, als een rechtshandeling niet tot het voorgewende maar tot een verzwegen, veelal minder toelaatbaar doel moet strekken. Nu geen feiten zijn gesteld die zodanige conclusie wettigen, wordt dit verweer dan ook verworpen.(8)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 17951 tot 18720.