Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.
3.1 Middelonderdeel 1.2 werpt vragen op over de omvang van de mogelijkheid die de rechter heeft om ambtshalve rechtsgronden aan te vullen. Het middelonderdeel stelt dat het hof zijn taak als appèlrechter miskent nu het zijn bevoegdheid ex art. 25 Rv. tot aanvulling van rechtsgronden overschrijdt, door partijen in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over de toepassing van art. 2:256 BW. Het hoger beroep had gegrond verklaard moeten worden, nadat het hof had geoordeeld a) dat [betrokkene 1] bij de hoofdelijkheidsverklaring op 31 december 1990 bevoegd was Graphics te vertegenwoordigen, b) dat de verweren van de curator - [betrokkene 1] handelde bij verpanding en hoofdelijkheidverklaring jegens Freriks in strijd met de precontractuele goede trouw en de geest van de overeenkomst; de overeenkomsten zijn wegens bedrog vernietigbaar; [betrokkene 1] heeft onrechtmatig gehandeld - worden verworpen, c) dat het verweer van de curator omtrent de schijnhandeling eveneens wordt verworpen. Door het hoger beroep niet toe te wijzen maar appellante pas in het tussenarrest met een rechtsgrondslag te confronteren die niet eerder in het proces aan de orde was, verliest eiseres in cassatie een instantie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 24544 tot 25775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7 | shasum -a 256