Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.
3.2 Het hof heeft m.i. zijn bevoegdheid niet overschreden door op grond van artikel 25 Rv over te gaan tot ambtshalve toepassing van de regel uit artikel 2:256 BW. Het hof hoeft voor de toepassing van dit wetsartikel geen nieuwe feiten aan te brengen. Uit de in het geding vaststaande feiten blijkt tegenstrijdig belang. [Betrokkene 1] verrichtte als bestuurder van Graphics rechtshandelingen met Sneldruk waarvan hij ook bestuurder en indirect aandeelhouder was. Het hof is ook niet buiten de door partijen getrokken grenzen van de rechtsstrijd getreden. De curator van Graphics weigerde de vordering van Sneldruk in het faillissement van Graphics toe te laten omdat het handelen van [betrokkene 1] z.i. onbevoegd, onrechtmatig, in strijd met de goede trouw dan wel bedrieglijk was. Hij geeft daarmee te kennen een beroep te doen op de nietigheid en vernietigbaarheid van de rechtshandelingen die aan het vorderingsrecht van Sneldruk ten grondslag liggen dan wel op de niet-gebondenheid van Graphics aan de hoofdelijkheidsverklaring en de verpanding van activa. De inzet van het onderhavige geding is toelating van Sneldruk als separatist dan wel als (preferent)crediteur in het faillissement van Graphics. Hierbij twisten partijen over het al dan niet bestaan van gronden voor de nietigheid van de hoofdelijkheidsverklaring en van de verpanding van activa dan wel van gronden voor niet-gebondenheid van Graphics aan deze handelingen. Deze kwesties zijn door partijen in hoger beroep in volle omvang aan de orde gesteld. Het hof blijft binnen de grenzen van de door partijen aangegeven rechtsstrijd door in het tussenarrest een nieuwe rechtsgrond aan te geven die de mogelijkheid biedt het vonnis van de rechtbank op deze nieuwe rechtsgrond te kunnen bekrachtigen. Met dit alles geeft het hof niet meer dan een nieuwe juridische kwalificatie aan de in het onderhavige geding vaststaande feiten, hetgeen toegelaten is onder artikel 25 Rv. Van een verassingsbeslissing is geen sprake nu het hof partijen in de gelegenheid heeft gesteld zich over de mogelijke toepassing van artikel 2: 256 BW uit te laten. Het onderdeel treft geen doel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 25795 tot 27944.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7 | shasum -a 256