Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.

3.3. Middelonderdeel 1.3 stelt dat voor de toepassing van art. 2:256 BW de curator zich uitdrukkelijk op de nietigheid c.q. vernietigbaarheid van de betreffende overeenkomsten dient te beroepen. Aangezien dat niet is gebeurd en het hof de hierboven genoemde verweren van de curator ook heeft verworpen, mocht het hof niet meer iedere verdere beslissing aanhouden door partijen gelegenheid te geven zich uit te laten over de door het hof opgeworpen mogelijke toepassing van art. 2:256 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 27964 tot 28464.