Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.

3.13 Onderdeel 3.3. komt op tegen rechtsoverweging 8.2.2 van het bestreden arrest; onder verwijzing naar reeds aangehaalde middelonderdelen omtrent 's hofs oordeel over de strijd met de goede trouw, onrechtmatigheid en schijnhandeling met het gevolg dat bekendheid met tegenstrijdig belang volgens de eiseres tot cassatie irrelevant is, betoogt het middel dat het hof geen rekening heeft gehouden met het feit dat het hier wederkerige overeenkomsten betreft tussen de vennootschappen zelf, terwijl niet gebleken is van overeenkomsten met [betrokkene 1] als privé-persoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 34295 tot 34880.