Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 64 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.
3.18 Het middelonderdeel stelt een lastige vraag aan de orde: heeft de enig aandeelhouder/bestuurder van Grahics zich zelf nu niet impliciet aangewezen als bijzonder vertegenwoordiger van de b.v. in de zin van artikel 2: 256 BW dan wel in de zin van artikel 15 van de statuten van Graphics door op te treden bij de ondertekening van de wegens tegenstrijdig belang door de curator aangevallen rechtshandelingen? Als zo'n impliciete aanwijzing toegelaten zou zijn, zou de feitelijke vaststelling van het hof in rechtsoverweging 8.3.4. van het bestreden arrest dat er geen aanwijzing heeft plaatsgevonden waarschijnlijk als onvoldoende gemotiveerd en onbegrijpelijk geen stand kunnen houden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 39699 tot 40401.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7 | shasum -a 256