Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4394.
Hier komt nog iets anders bij: artikel 2: 247 BW verlangt dat een rechtshandeling jegens de houder van alle aandelen schriftelijk wordt vastgelegd. Als de aandeelhoudersvergadering de enig aandeelhouder als bijzonder vertegenwoordiger aanwijst, is er m.i. sprake van een rechtshandeling jegens de enig aandeelhouder in de zin van artikel 247 BW. Het gevolg van de aanwijzing is immers dat de aandeelhouder bevoegd wordt de vennootschap te vertegenwoordigen(21). Om dit effect te bereiken moet er iets jegens de enig aandeelhouder gebeurd zijn. Ook dit is een argument tegen het toelaten van een impliciete aanwijzing. Wellicht zou men nog kunnen verdedigen dat de aktes van hoofdelijkheid en verpanding op schrift zijn gesteld. Uit deze aktes blijkt echter niet van een uitdrukkelijke schriftelijke aanwijzing. Het hof wijst m.i. terecht ook nog op iets anders: niet is komen vast te staan dat er een aandeelhoudersvergadering van Graphics heeft plaatsgevonden waarop de aanwijzing heeft plaatsgevonden. Artikel 20 van de statuten van Graphics brengt nu in de visie van het hof mee dat het aanwijzigsbesluit schriftelijk dient te worden vastgelegd. Op deze redenering is niets af te dingen. Er blijkt nergens op schrift van expliciete aanwijzing van de enig aandeelhouder-bestuurder van de b.v. tot bijzonder vertegenwoordiger(22).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7, en de alinea staat in dat document op bytes 42311 tot 43656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f50b3cf4b8c2a0695c4f25dfcdd1e1a146cd73e89755f62a594a6d625216c1e7 | shasum -a 256