Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4455.
20. In het voorgaande is er vanuit gegaan dat verdachte richtte op de grond en desondanks het slachtoffer in een been raakte. Daaruit is het niet geoefend zijn van verdachte afgeleid. Verdachtes verklaring kan echter ook worden opgevat in die zin dat hij richtte op de benen van het slachtoffer. Dan geldt temeer hetgeen hiervoor onder nrs. 18 en 19 ten aanzien van het bestaan van voorwaardelijk opzet is uiteengezet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61deade0df2fd73a1cbfed300362421f957f99827176f2fb1216cc4582e8626f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61deade0df2fd73a1cbfed300362421f957f99827176f2fb1216cc4582e8626f, en de alinea staat in dat document op bytes 17681 tot 18112.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/61deade0df2fd73a1cbfed300362421f957f99827176f2fb1216cc4582e8626f | shasum -a 256