Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4455.

22. Wordt verdachtes voor het bewijs gebezigde verklaring verstaan in laatstgemelde zin, dan dient de verwijzing naar het niet geoefend zijn van verdachte als schutter aldus te worden begrepen dat er geen contra-indicaties zijn als hiervoor in nr. 19 bedoeld. In het onderhavige geval zou het ontbreken van contra-indicaties dan hierin bestaan dat niet gebleken is dat verdachte een zo geoefend schutter was dat het tot zijn bekwaamheid behoorde een wegrennende persoon te raken doch niet in vitale lichaamsdelen. Is er geen aanleiding een onderzoek te doen naar contra-indicaties als bovenbedoeld - ter zake is geen verweer gevoerd, de feiten wijzen niet op het bestaan ervan - dan behoeft mijns inziens uit de bewijsmiddelen niet te blijken dat die contra-indicaties ontbreken. De rechter mag dan bij de bewijsvoering uitgaan van het normale geval.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/61deade0df2fd73a1cbfed300362421f957f99827176f2fb1216cc4582e8626f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 61deade0df2fd73a1cbfed300362421f957f99827176f2fb1216cc4582e8626f, en de alinea staat in dat document op bytes 18510 tot 19374.