Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.

Appellanten betogen dat de op 26 februari 1997 overeengekomen verlenging van de cao impliceerde dat de Regeling Tijdelijke Inhouding werd gecontinueerd, vooropgesteld dat die nog van toepassing was. Dit laatste blijkt niet het geval, daar het recht van geïntimeerden om de inhoudingen te plegen op 1 april 1996 niet meer bestond, aldus appellanten. Dit betekent volgens appellanten dat aan de voortzetting van de inhouding een deugdelijke grondslag ontbrak, zodat geïntimeerden niet gerechtigd waren de regeling na 1 april 1996 voort te zetten. De rechtbank verwerpt het standpunt van appellanten. In feite betogen zij dat naast de in de regeling opgenomen voorwaarden, nog een andere voorwaarde voor toepassing van de inhouding gold, te weten dat Smit per 1 april 1996 nog gerechtigd was tot inhouding over te gaan. Deze voorwaarde valt echter uit de bewoordingen van het Protocol van 26 februari 1997 niet op te maken. (...)'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 26648 tot 27590.