Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 153 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.

5.8. De rechtbank heeft in haar tussenvonnis van 23 mei 2002 aangesloten bij de op dat moment bekende(23) uitlegmaatstaf. Dit blijkt met name uit rov. 6.6, waar de rechtbank oordeelt dat in beginsel doorslaggevende betekenis moet worden toegekend aan de bewoordingen van de bepaling, gelezen in het licht van de gehele tekst van de overeenkomst en dat voorts met een niet uit de bewoordingen blijkende partijbedoeling geen rekening mag worden gehouden, tenzij deze bekend is bij de individuele werknemers. De rechtbank heeft daarbij (terecht) niet uitsluitend naar de letterlijke tekst van de RTI gekeken, doch ook aansluiting gezocht bij de kennelijke strekking van de CAO, zo blijkt uit rov. 6.10. Derhalve heeft de rechtbank bepaalde uit objectieve maatstaven af te leiden gezichtspunten in aanmerking genomen (zie ook hierna par. 6.9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 41833 tot 42686.