Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004
Alinea 159 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.
6.2. Onderdeel 1a (van middel I) strekt ten betoge dat, voor zover de rechtbank in rov. 6.5 (van het tussenvonnis van 23 mei 2002) heeft geoordeeld dat FWZ c.s. slechts gesteld hebben dat de RTI met zoveel woorden bepaalt over welke periode winst moet worden gemaakt, en niet tevens hebben betoogd (i) dat de (tekst van de) RTI anderszins voorziet in de vraag wanneer dit moment is aangebroken en/of (ii) dat deze vraag aan de hand van (de tekst van) de RTI kan worden beantwoord, dit oordeel in het licht van de door FWZ c.s. aangevoerde essentiële stellingen (waarvan op pp. 12-14 van de cassatieschriftuur een overzicht wordt gegeven) onbegrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 44013 tot 44715.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944 | shasum -a 256