Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004
Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.
6.5. Onderdeel 1c voert aan dat, voor zover de rechtbank in rov. 6.5 i.f. niet alleen heeft geoordeeld dat de RTI niet met zoveel woorden vermeldt over welke periode winst moet zijn gemaakt, maar tevens heeft geoordeeld dat de (tekst van de) RTI ook niet anderszins voorziet in de vraag wanneer het betreffende moment is aangebroken en/of dat deze vraag niet aan de hand van (de tekst van) de RTI kan worden beantwoord, dit oordeel in het licht van de door FWZ c.s. aangevoerde essentiële stellingen onbegrijpelijk en/of ontoereikend gemotiveerd is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 46415 tot 46979.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944 | shasum -a 256