Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 183 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.

6.8. Onderdeel 2 betoogt dat, voor zover de rechtbank in rov. 6.6 heeft geoordeeld dat het bij de uitleg van de RTI slechts aankomt op de letterlijke betekenis en niet op de betekenis die naar objectieve maatstaven voortvloeit uit de bewoordingen waarin de RTI is gesteld in het licht van het referentiekader van partijen, en/of dat hierbij geen acht zou mogen worden geslagen op de elders in de RTI gebruikte formuleringen alsmede op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden, dit oordeel onjuist en/of ontoereikend gemotiveerd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 53152 tot 53779.