Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 185 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.

6.10. Onderdeel 3 klaagt erover dat, voor zover de rechtbank in r.ovv. 6.9 en 6.10 (dat de strekking van de RTI bestaat in de overleving van de sector Smit-Lloyd en daarmee het veiligstellen van de werkgelegenheid bij die sector) heeft geoordeeld dat deze strekking niet alleen inhoudt dat de tijdelijke vermindering van de jaarinkomens deze overleving en deze werkgelegenheid diende te bevorderen, maar zo veel mogelijk ook moest garanderen of waarborgen, haar oordeel in het licht van de door FWZ c.s. aangevoerde essentiële stellingen onjuist dan wel ontoereikend gemotiveerd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 54169 tot 54766.