Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 188 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.

Onderdeel 4a betoogt dat het oordeel van de rechtbank in rov. 6.10, eerste alinea (dat de kantonrechter met juistheid heeft geoordeeld dat de tekst van de RTI geen uitsluitsel geeft omtrent de vraag over welke periode winst in de zin van de RTI gemaakt moet zijn, wil het in de RTI voorziene gevolg intreden) ook voor zover dit oordeel (mede) berust op een uitleg van de RTI naar objectieve maatstaven, onjuist, ontoereikend gemotiveerd en/of onbegrijpelijk is in het licht van de door FWZ c.s. aangevoerde essentiële stellingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 55715 tot 56259.