Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 205 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4485.

6.20. Onderdeel 5c voert nog aan dat het oordeel van de rechtbank in rov. 6.10, tweede alinea, dat het aannemelijk is dat een onbevangen werknemer die bekend is met de strekking die de RTI volgens de rechtbank zou hebben, uit de RTI zal opmaken dat de inhouding op zijn loon ophoudt op het moment dat het 'weer goed gaat' met de sector Smit-Lloyd, en/of dat dit zou betekenen dat er sprake moet zijn van winst met een in redelijkheid te verwachten duurzaam karakter en dat hiervoor onvoldoende zou zijn enige periode van winst, in het licht van de essentiële stellingen van FWZ c.s. onjuist dan wel ontoereikend gemotiveerd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83a0b8a80d24d4874879621cfc506497134dd0d7b9f0e1ca2ce560248b589944, en de alinea staat in dat document op bytes 62373 tot 63014.