Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Alinea 101 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.

37. Ik denk daarom dat, als men (met mij) aanneemt dat het "afroepen" onder een kredietrelatie rechten in het leven roept die als "gewone" vermogensrechten voor verhaal beschikbaar zijn, die rechten toch moeten worden genomen zoals zij zijn(33). In dit geval gaat het dan (bezien vanuit de beslagdebiteur) om het recht om van de bank nakoming te verlangen van de verstrekte betalingsopdracht. Dát recht wordt door een eventueel derdenbeslag getroffen; men mag niet een wezenlijk ander recht (het recht op het afgeroepen kredietbedrag) daarvoor in de plaats stellen(34).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 55523 tot 56106.