Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 104 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
Bij de herziening van het executierecht in verband met de totstandkoming van het nieuwe vermogensrecht is deze vraag weer onder ogen gezien (zij het in een beperkt kader). Enerzijds is de ruimte voor executie uitgebreid (of verduidelijkt) met het terloops al genoemde art. 474bb Rv. Aan de andere kant: toen de vraag opkwam of niet, buiten de reeds aanvaarde gevallen van realisatie via onderhandse verkoop of "beursverkoop" (zie i.h.b. de art. 3:252 en 268 lid 2 BW en art. 463 lid 2 Rv.), voor minder courante vermogensbestanddelen executie in andere vorm dan openbare verkoop moest worden toegelaten, is besloten die mogelijkheid vooralsnog niet te bieden(38). Ook art. 474bb Rv. voorziet, geheel in deze lijn, alléén in openbare verkoop van de daar bedoelde "bijzondere" goederen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 57222 tot 58021.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256