Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Alinea 107 Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP4504.
Hoewel duidelijk is dat prestaties zoals de in dit verband genoemde niet langs de weg van (openbare) verkoop gerealiseerd kunnen worden, is niet denkbeeldig dat die in het kader van een faillissement van de gerechtigde wèl te gelde kunnen worden gemaakt - bijvoorbeeld in die vorm dat de curator met de debiteur een bedrag overeenkomt waarvoor deze zijn verplichting "afkoopt"(42). Het gaat hier meestal niet om goederen die op grond van zwaarwegende "sociale" motieven zoals de in alinea 7 hiervóór terloops genoemde, aan verhaal (moeten) worden onttrokken - men is dus geneigd te denken dat een curator die de mogelijkheid ziet om een dergelijk goed door middel van "afkoop" te gelde te maken, dat niet slechts mág doen, maar daartoe veelal ook verplicht is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e, en de alinea staat in dat document op bytes 58966 tot 59743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d2a3c41861e830c339997d4fb7d408cfcdb9f8c165cfbaf84dc2bb6ba6f4d74e | shasum -a 256